Terug naar: Gehad ...
wit vlak
wit vlak Gitaren
pijl Gitaareffecten
pijl Gitaarversterker
wit vlak
pijl Bassen
pijl Overige instrumenten
wit vlak
wit vlak

Home » Gehad ... » Gitaren


De gitaren


De Merkloze 12-string

1 maart 2004


Stel, je hebt altijd al eens willen spelen op een 12-snarige gitaar. En stel, je ziet er een liggen bij de lokale kringloopwinkel voor 10 gulden (€ 4,50). Dan ben je al snel een gitaar rijker.

Alle kenmerken die konden leiden tot de herkomst van de gitaar waren reeds verdwenen. Als dit al een redelijke gitaar was geweest, dan heeft die een heel zwaar leven gehad. De gitaar die ik kocht had volgens mij waterschade gehad. Het bovenblad was in ieder geval enorm verweerd en er zaten veel zwarte plekken op het hout. Na flink wat poetsbeurten en het vervangen van de twaalf snaren, was het instrument bespeelbaar.

Lekker spelen heeft de gitaar nooit gedaan. Ook de stemmechanieken waren verre van soepel. Ik vond het de gitaar echter niet waard deze te vervangen.

Omdat mijn vriendin (of net-echtgenoot) een Melody 12-string had die beter speelde en ik iemand tegen kwam die wel interesse had in een 12-string heb ik de gitaar weggegeven. Zonder spijt.

Merkloze 12-string | Foto: Frans de Meijer

Terug naar boven


De Hondo II "SG"-kopie

1 maart 2004


Hondo II SG-kopie | Foto: Frans de Meijer

De Koreaanse Hondo II was een goedkope kopie van de Gibson SG. Met een body van triplex en een - ontstemmende - tremolo met een enkele springveer is het uiteraard geen klasse-gitaar, maar er kon mee gespeeld worden.

Live heeft de gitaar nooit dienst gedaan. De Hondo II was, samen met de Kinor bas mijn eerste elektrische gitaar. Mijn broer en ik hebben hierop onze eerste nummers gespeeld, met als versterker een onvervalste Philips-buizenradio uit de jaren '50!

De "SG" had twee blikken microfonische elementen die qua uiterlijk voor humbuckers door moesten gaan. Op de gitaar waren twee toon- en twee volumepotmeters aangebracht en een driestandenschakelaar. De gitaar was gespoten in typisch jaren '70-bruin.

Na de aanschaf van een "echte" Vantage Witch-gitaar door mijn broer werd mijn SG - en de Hondo II Les Paul-kopie van mijn broer - voor een paar tientjes van de hand gedaan.

Terug naar boven


De gitaareffecten


De zelfbouw fuzz

1 maart 2004


Het enige effectpedaal voor de gitaar dat ik niet meer heb is een zelfgebouwde fuzzbox. Dit apparaat is - toen ik in mijn eerste bandje speelde - gebouwd door de gitarist, die nogal handig was met elektronica.

Veel kan ik mij niet meer herinneren over het kastje. Ik heb er ook geen foto van. Er zaten geen potmeters op de fuzz; het was aan- of uittrappen.

Het kastje was geheel van aluminium en had de grootte van een pakje sigaretten. Het spreekt voor zich dat er van externe voeding geen sprake was.

Terug naar boven


De gitaarversterker


De Marlboro G-40R

1 maart 2004


Marlboro G-40R | Foto: Frans de Meijer

De Marlboro G-40R is een 40 watt combo-gitaarversterker met een 12" luidspreker en een veren-reverb. De G-40R heeft drie ingangen (hoog, midden en laag), vermoedelijk om ook eventueel een bas of keyboard te kunnen versterken.

Het combo heeft verder een hoog- en laagtoonregeling, een mastervolume en schakelaar/potmeters voor de verengalm en de - wat obsolete - tremolo. Links naast de hoofdschakelaar aan de voorzijde zit de zekering.

Aan de achterzijde zijn drie jack-uitgangen te vinden voor een externe luidspreker, een hoofdtelefoon en een voetschakelaar voor het aan- en uitschakelen van de galm.

De versterker had een prima geluid (zie ook het Marlboro-verhaal hieronder). De luidspreker hield er nochthans op een gegeven moment mee op. Achter de oorzaak ben ik niet gekomen, maar dankzij gitarist Auke Plat kon ik er een 12" Celestion inzetten die hij nog had liggen.

Met de nieuwe luidspreker heeft de Marlboro nog jaren dienst gedaan, tot er weer kuren kwamen.
Inmiddels was ik - noodgedwongen maar niet tegen mijn zin - ook steeds meer gitaar gaan spelen en was een snelle oplossing geboden: ik kocht een Fender Champion.

De Marlboro heeft er nog een paar jaar werkloos naast gestaan, totdat een gitaarspelende vriend van mij verlegen zat om een versterker. Ik zei hem dat hij de Marlboro mocht hebben, maar dat 'ie het niet meer deed. Het kostte hem - techneut - geloof ik een uur om het ding weer tot leven te wekken...

serienr.
onbekend
aanschafdatum
onbekend
aanschafprijs
± € 180,00 (occ.)
leverancier
Musica Deventer

Het Marlboro-verhaal over wattage


Bij Marlboro denk ik toch eerst aan tabak. Hier moet ik echter niet als roker denken, maar als rocker. Marlboro Sound Works is een versterkerdivisie van Musical Instrument Corporation of America (MIPA) uit Syosset NY.
De fabrikant leverde bij hun versterker een aardig goed verhaal over de relatie tussen power en sound. Veel gitaristen pochen met hun wattage en ook op discussiesites als Gitaar.net zijn regelmatig threads te lezen waar vragen gesteld worden over welk wattage belangrijk is.
Het verhaal wil ik daarom, iets verkort, hier weergeven.

Tenzij je naar een concert gaat met een groep techno-freaks, zal je nadien geen opmerkingen horen als "Die gitarist kreeg een prachtig wattage uit zijn gitaar". Wat je de band hoort creëren is geluid, geen elektriciteit. Muziek is geluid. Watt is een meetschaal voor elektriciteit en dus onhoorbaar. Als de elektrische wattage door een luidspreker heen gaat, wordt dit omgezet in akoestische wattage. Deze akoestische wattage wordt gemeten in decibel (Db) en dát is wat wij geluid noemen.

Nu wordt muziekapparatuur in wattage ingedeeld. Vroeger was dit de eenvoudigst bruikbare indicator die als standaardmaat gebruikt kon worden voor de performance van een versterker. Tegenwoordig wordt watt alleen gebruikt als eenheid voor de elektrische kracht van de eindversterker en niet voor het geluid.
Aangezien een luidspreker noodzakelijk is om de elektriciteit om te zetten in geluid, zegt het wattage alleen niets over de kwaliteit van het geluid op het gewenste volume. Natuurlijk kan een versterker heel hard gaan. Maar jouw publiek betaalt geen kaartjes om te horen hoe hard jij kunt spelen, maar wel om hoe goed jij het kunt - en hoe goed jouw geluid is. Een goed geluid met een gecontroleerde distortion is het resultaat van veel elementen; niet alleen van een hoog wattage.

Bij het ontwerpen van een geluidssysteem is het eenvoudig extra watt toe te voegen, maar het is moeilijk die elektrische wattage om te zetten in akoestische wattage. Als gezegd, wordt dit omgevormd door de luidspreker (en de kast). De effectiviteit van de luidspreker wordt bepaald door de hoeveelheid watt die die succesvol om kan zetten naar geluid. In dit omzettingsproces vloeit de meeste energie weg als warmte in de coil van de luidspreker (in de natuurkunde heet dit dissipatie). Consequentie hiervan is, dat de effectiviteit doorgaans laag is: een luidspreker met een efficiency van 10% wordt als goed aangemerkt.
In een effectief systeem werken alle componenten samen. Zij moeten elkaar ook aanvullen om een goed geluid weer te kunnen geven. Probeer maar eens een andere speaker op jouw versterker - dezelfde volume- en tooninstellingen houdend - en hoor het verschil in toon en geluidsniveau.

Stel, je hebt een 100 watt-versterker dat is aangesloten op een 2%-efficiënt(e) luidspreker(systeem). De kosten voor zo'n complete set zijn bijvoorbeeld € 600, oftewel € 6 per watt. Het akoestische wattage is 2% × 100 = 2.0.
Als je een ander systeem hebt, bijvoorbeeld een 50 watter van € 300 (oftewel ook € 6 per watt) maar met een speaker efficiency van 10%, dan is het akoestische wattage 10% × 50 = 5.0. Drie akoestische watt meer dan de 100 watter.
Deze 3 akoestische watt verschil betekent een decibelstijging van meer dan 10 Db. Met andere woorden: ook al is het een systeem van 50 W, het produceert twee keer zo veel geluid als de 100 watter tegen dezelfde prijs per watt. Alleen omdat de luidspreker beter is.

Zelfs al heb je een 50 W-systeem met een luidspreker met 4% effectiviteit (zodat ze beide 2.0 akoestische watt produceren), dan zal de 50 watter doorgaans alsnog beter klinken omdat die eenvoudigweg efficiënter werkt.

De mores is dus: betaal voor geluid en niet alleen voor wattage.

Voor- en eindversterker, luidspreker(s) en de kast moeten elkaar dus complementeren. Het betoog is niet bedoeld om aan te geven dat hoge wattages niet goed zijn. Wel om te voorkomen dat het wattage het enige is wat telt bij de aanschaf van een versterker, zeker als de prijs een meewegende factor is.

Terug naar boven


wit vlak
© F. de Meijer 2004 -